Veilig & participerend

Leren wordt bevorderd als het plaatsvindt met (actieve) deelname van alle betrokkenen, in een veilig leerklimaat.

  • Hoe kan meer betrokkenheid van studenten leiden tot beter/dieper/relevanter leren?
  • Hoe kunnen studenten actief betrokken worden in hun leerproces?
  • Hoe kunnen de perspectieven van studenten serieus genomen worden?
  • Welke kenmerken heeft een veilig school- en leerklimaat en waarom is dat nodig?
  • Wordt de student de baas in de klas als participatie de norm is? Wat is mijn rol als leraar in een praktijk van studentenparticipatie?
  • Hoe draagt een school bij aan de ontwikkeling van studenten tot actieve deelnemers aan de maatschappij (burgerschap)?

… door studenten actief en serieus te betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van hun eigen onderwijs.

Wat houdt het in en waarom is het belangrijk?

Participatie van studenten kan worden bekeken vanuit verschillende perspectieven en heeft in verschillende contexten een verschillende betekenis en invulling.[1]

Vanuit een didactisch (of leerpsychologisch) perspectief is het bevorderen van een actieve deelname van lerenden aan leeractiviteiten belangrijk en wordt leren gezien als “een ‘constructieve, gesitueerde en sociale activiteit’.” Constructief in de zin dat leren “meer is dan het passief consumeren van informatie die door de leraar wordt overgedragen.” Studenten hebben een actieve rol in de verwerking van aangeboden kennis. Naast hun eigen rol zijn ook de context waarin ze leren (‘gesitueerd’) en hun sociale interacties met anderen “mede van invloed zijn op de constructie en betekenisverlening van leerprocessen.” (De Wit, 2019, p. 68) De consequentie is natuurlijk wel dat jongeren dan de ruimte moeten krijgen om actief deel te nemen en om hun perspectief op de werkelijkheid (hun opvattingen en wensen in verband met de processen die henzelf en hun leren betreffen) te laten klinken en gehoord worden.

Daarmee komen we op een ander perspectief op participatie, het pedagogische perspectief, dat vooral gericht op de relationele kant van  opvoeding en onderwijs. Het gaat dan om de bereidheid van professionals (volwassenen) om als pedagoog serieus te luisteren naar de inbreng van jongeren, en dat vanuit “een oprecht geloof” in hun potentie en het besef dat ze al heel vroeg opvattingen hebben over wat er gebeurt in processen waarin ze betrokken worden. Professionals leren zo “de ideeën die de studenten hebben over de eigen leefwereld” kennen, deze te respecteren en er rekening mee te houden. Dat vraagt een open, nieuwsgie­rige houding, respect voor het eigen perspectief van de jongeren en de intentie te allen tijde zoveel mogelijk tegemoet te komen aan hun basisbehoeften, te beginnen met de behoefte aan ver­bondenheid.

Er kan ook vanuit een juridisch perspectief naar participatie worden gekeken. Op basis van de notie dat jongeren geen rechteloze ‘nog-niet-volwassenen’ zijn, maar net zo goed recht hebben op deelname aan beslissingsprocessen (zoals o.a. vastgelegd in de Rechten van het Kind) is participatie dan een middel “om jongeren een stem te geven, hen in staat te stellen hun mening of opvattingen te ventileren of tegemoet te komen aan hun behoefte aan informatie in zaken die zij van belang vinden.” De consequentie hier is dat het voor volwassenen het een – juridische en morele – plicht is om daaraan recht te doen, ook in onderwijs. Alleen naar jongeren luisteren is niet voldoende. Het is zaak hun opvattingen en ideeën serieus te nemen, die te betrekken in besluiten en er rekening mee te houden bij het creëren van omgevingen waarin jongeren op een of andere manier betrokken worden (Smit, 2014).

Veiligheid en openheid in de onderwijscontext is juist van groot belang, omdat leren bestaat uit het zich eigen maken van kennis en vaardigheden die nog niet beheerst worden. Een student moet zich kwetsbaar kunnen opstellen en fouten durven te maken. Een sociale omgeving (medestudenten/-studenten, leraren, school) die dat toelaat en ondersteunt en dus veilig voelt voor de studenten, is daarmee voorwaarde voor participatie, zowel m.b.t. deelname aan het leerproces als m.b.t. actieve betrokkenheid bij besluitvormingsprocessen die de student aangaan.

[1] See e.g. Thomas, Whybrow and Scharber (2012a; 2012b, 2012c) for an in-depth exploration of the concept ‘participation’.

Praktische implicaties

Er is een aantal instrumenten en hulpmiddelen ontwikkeld die kunnen worden ingezet ten behoeve van het ontwerpen en uitvoeren van de opleiding van leraren en van gezamenlijk (actie-)onderzoek door studenten en leraren:

  • Matrix SPinSTAR (student participation in student teacher action research): een matrix van niveaus van participatie en fasen in het onderzoek; bruikbaar voor de planning en tijdens de uitvoering van onderzoek(sactiviteiten) samen met studenten (Smit et al., 2020).
  • PST PAR principles: een verzameling van 17 principes voor participatief actieonderzoek van student leraren: bruikbaar voor ontwikkeling, planning en evaluatie van een lerarenopleiding en een onderwijspraktijk gericht op student participatie in onderzoek; bruikbaar in een onderzoekscontext om onderwijspraktijken te beschrijven en te analyseren in termen van participatieve kwaliteiten (in 3 dimensies) (Smit et al., under review).

Handboek Klassecontact: leidraad en naslagwerk bij de inzet en het gebruik van KlasseContact-sets voor leerlingen met een chronische en/of langdurige ziekte in het Voortgezet Onderwijs. Bevat ‘good practice’- voorbeelden voor alle betrokkenen, zowel thuis als op school. Tevens bevat het handboek checklists en documenten voor de voorbereiding, de start en het dagelijks gebruik van KlasseContact. (Klunder, S., & Saab, N. (2020). Aan de slag met KlasseContact. Handboek voor gebruik in het voortgezet onderwijs. Zoetermeer: Uitgeverij Dubbeljuf.)

Onderzoeksprojecten

  • Appreciate (NRO)
  • Kroneman, Marieke (2014-2021). Humanisering van homoseksuelen: de effecten van een participatieve interventie in een pedagogische context. Promotor: Prof. dr. W.F. Admiraal. Copromotor: Dr. Y. Kleistra (UL/FGGA; Dual PhD Centre).
  • Galikyan, Irena (2014 – 2021). Feedback for enhancing cognitive engagement in online settings. Supervisors: Prof. dr. W.F. Admiraal & Prof. dr. L. Kester. Leiden University.
  • Smit, Ben (2015 – 2021). Teachers and students as partners in researching educational practice Promotores: Prof. dr. W.F. Admiraal, Prof. dr. A.K. Berry (Monash University). Copromotor: Dr. E.H. Tigelaar.
  • Klunder, Sylvia (2017-2023). Ziek thuis, maar toch in de klas. Promotores: Prof. dr. W.F. Admiraal, Prof. dr. N. Saab.
  • Petit, Regina (2019-2023). Proficiency development in Dutch language and mathematics of underage immigrants and refugees in the Netherlands. Promotor: Prof. dr. W.F. Admiraal. Copromotor: Dr. E. van Schooten (Kohnstamm Instituut, Amsterdam).
  • Kaabouni, Najat (2020-2024). Burgerschapsvorming en burgerschapsonderwijs. Promotor: Prof. dr. W.F. Admiraal. Copromotor: Dr. E. van Schooten

Wetenschappelijke publicaties

  • Galikyan, I., & Admiraal, W. (2019). Students’ engagement in asynchronous online discussion: The relationship between cognitive presence, learner prominence, and academic performance. The Internet and Higher Education, 43, 100692.
  • Kroneman, M., Admiraal, W., & Ketelaars, M. (2019). A peer–educator intervention: Attitudes towards LGB in prevocational secondary education in the Netherlands. Journal of LGBT Youth, 16(1), 62-82, DOI: 1080/19361653.2018.1531101

Not many interventions are available to improve the school climate for lesbian, gay, and bisexual (LGB) youth in prevocational secondary education. In four schools with different student populations, this study examined the impact of a newly designed peer-educator intervention on attitudes towards lesbian women and gay men and on the class climate for LGB youth. The possibility of disclosing a non-heterosexual orientation in school was also assessed, using a pretest, post-test one-group design. We found limited and marginal effects of the intervention. Some evidence that the intervention was better tailored to the needs of female students is discussed.

  • Smit, B. H. J. (2013). Young people as co-researchers: enabling student participation in educational practice. Professional Development in Education, 39(4), 550-573. doi: 10.1080/19415257.2013.796297

In line with changing views on childhood, citizenship and educational goals, the last decades have shown a growing interest in student participation. More and more, it became felt desirable and necessary for student voices to be heard and really listened to and for students to be consulted on educational matters that affect them. The attention for these issues led to a increasing number of participatory initiatives and also has evolved into a plea for developing and applying more intensive and higher level forms of student participation, for instance a form in which students act as co-researchers. By implication, a more equal position of teachers and students in educational decision-making is advocated. Furthermore, it is acknowledged that both students and teachers can benefit and learn from such an approach. However, participatory practices require teachers and schools to change, and often daily educational practices appear to have a stubborn character.

In this article, the student participation form ‘students as co-researchers’ is explored on the basis of a case in The Netherlands: an action research project conducted by teams of teachers, students, and museum educators. First, the characteristics and the intensity of the student participation in this case are described along six dimensions of participation as distinguished by Kirby et al. (2003). Next, the implications for the learning and professional development of teachers who participated in the project are explored. The four domains of the teacher professional growth model as distinguished by Clarke and Hollingsworth (2002) serve as the structuring framework.

  • Smit, B. H. J., Meirink, J. A., Berry, A. K., & Admiraal, W. F. (2020). Source, respondent, or partner? Involvement of secondary school students in Participatory Action Research. International Journal of Educational Research, 100, 1-12. doi: 10.1016/j.ijer.2020.101544

This study addresses the nature and level of school student participation at various stages of participatory action research conducted by pre-service teachers (PSTs). PSTs’ research reports were analyzed by means of the SPinSTAR matrix, in which four levels of student participation were distinguished: Inform, Consult, Participate and Collaborate.

Results show that student participation in PST research occurred mostly at the less intensive levels (Inform, Consult). Furthermore, they participated mostly in the preparatory stages of the research projects. However, most PSTs came to see their school students in a broader sense as worthwhile partners in an educational endeavor.

  • Tran, T., Admiraal, W., & Saab. N. (2020a). Work-related values in international workplace in international workplaces in Vietnam: Cross-cultural differences between employers and employees. Open Journal of Business and Management, 8(4), 1567-1586.

 

Contactpersoon voor deze bouwsteen
Ben Smit