Inclusief

Leren wordt bevorderd als wordt aangesloten bij de behoeften van alle lerenden en alle lerenden erbij horen.

  • Hoe sluit je aan bij de behoeften van alle lerenden?
  • Hoe zorg je ervoor dat alle lerenden zich aangesproken voelen?
  • Hoe zorg je voor een veilige leeromgeving voor alle lerenden?
  • Hoe zorg je ervoor dat alle lerenden zich erbij voelen horen?
  • Hoe differentieer je tussen leerlingen met verschillende behoeftes?
  • Hoe ga je om met verschillen en overeenkomsten tussen lerenden?
  • Hoe zet je zowel de verscheidenheid als de overeenkomsten binnen en groep lerenden in om het onderwijs te versterken?

Wat houdt het in en waarom is het belangrijk?

“Diversity is being invited tot he party; inclusion is being asked to dance.” (Verna Myers, 2015)

In alle onderwijscontexten hebben we te maken met diversiteit. Dit gaat niet alleen om de capaciteit van lerenden om op een bepaalde manier om te gaan met de leerstof, ook niet alleen om etnisch culturele afkomst of de aanwezigheid van geestelijke of fysieke beperkingen. Er is diversiteit binnen diversiteit, waarbij verschillen tussen individuen overlappen en interacteren: culturen, talen, religies, sociaaleconomische posities, gender, seksuele oriëntatie, leeftijd, cognitie, en ontelbare andere kenmerken die bij elkaar komen en er voor zorgen dat iedereen zowel bij bepaalde groepen hoort als ook een unieke individu is. Inclusief onderwijs is onderwijs waarin aandacht wordt besteed aan zowel de verschillen als de overeenkomsten tussen lerenden, met als doel dat alle lerenden de best mogelijke kans krijgen om te leren.

Inclusief lesgeven houdt in dat er rekening wordt gehouden met de behoeften van alle lerenden, niet alleen de behoeften met betrekking tot leren, maar ook de behoefte om bij de groep te horen en om zichzelf te kunnen zijn. Om inclusief les te kunnen geven is het van belang dat docenten onder andere expertise hebben op het gebied van differentiëren, talige diversiteit, relatie school en buurt, ouderbetrokkenheid, sociale cohesie en identiteit (Severiens et al., 2014).

Banks (2004) heeft een model opgesteld voor multicultureel onderwijs, welke goed toepasbaar is voor inclusief onderwijs zoals dat hierboven wordt beschreven. De vijf aandachtspunten van Banks staan hieronder, met daarbij een aantal voorbeeldvragen voor docenten.

Aandachtspunten (Banks, 2004) Voorbeeldvragen voor docenten
Toevoegen van onderwijsinhoud

Gebruik van voorbeelden en inhoud vanuit verschillende groepen om kernconcepten, principes en theorieën uit te leggen en te illustreren.

 

–   Hoe kunnen we de lesstof verrijken?

–   Kunnen er perspectieven van ander groepen worden belicht?

Aandacht voor kennisconstructie
Leerlingen helpen begrijpen, onderzoeken en vaststellen hoe impliciete (culturele) aannames, referentiekaders, perspectieven en blinde vlekken binnen een vakgebied/domein beïnvloedt en hoe kennis daar wordt geconstrueerd.
 

– Welke voorbeelden gebruiken we?

– Wordt er in de canon van Nederland stil gestaan bij de mogelijke perceptie van andere bevolkingsgroepen die vroeger handelden met Nederland?

Terugdringen van vooroordelen
Bij het verminderen van vooroordelen gaat de focus uit naar de kenmerken van de attitudes van leerlingen en hoe deze veranderd kunnen worden door middel van onderwijsmethodes, werkvormen en materiaal.
 

– Geven de plaatjes in de lesmethodes de diversiteit in de maatschappij weer?

– Worden er in de lesboeken ook vrouwen of meisjes in beroepen als dokter, wetenschapper of professor afgebeeld?

 

Pedagogiek van gelijke kansen
Pas het onderwijs aan op zo’n manier dat de schoolse prestaties van diverse leerlingen gestimuleerd worden. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van verschillende onderwijsstijlen, technieken, methoden en werkvormen.
 

 

– Speel je in op verschillende perspectieven van leerlingen?

– Laat je leerlingen met verschillende perspectieven met elkaar samenwerken?

Versterken van schoolcultuur en sociale structuur
Doel is een schoolcontext te creëren waarin macht en middelen met diverse betrokkenen en door sociale groepen heen worden gedeeld, zodat de ontwikkeling van alle kinderen bevorderd kan worden.
 

– Worden alle ouders betrokken bij de school?

– Is het plusprogramma vrij toegankelijk of moet hier een extra ouderbijdrage voor worden betaald?

Praktische implicaties

Onderzoeksprojecten

Promotietrajecten

  • Kaabouni, Najat (2020 – 2024). Burgerschapsvorming en burgerschapsonderwijs. Supervisor: Prof. Dr. W.F. Admiraal. Co-supervisor:Dr. E. van Schooten.
  • Keijzer, Rineke (2013 – 2020). Effectiveness of social programs for work and continuing education of at-risk adolescents in lower VET. Supervisor: Prof. dr. W.F. Admiraal. Co-supervisors: Dr. E. van Schooten & Dr. R. van der Rijst.
  • Kroneman, Marieke (2014 – 2021). Humanisering van homoseksuelen: de effecten van een participatieve interventie in een pedagogische context. Supervisor: Prof. dr. W.F. Admiraal. Co-supervisor: Dr. Y. Kleistra.
  • Le, Thi Thanh Thin (2017 – 2021). Democracy in Education in communist countries: The views of teacher trainees and pupils in Vietnam. Supervisor: Prof. dr. W.F. Admiraal. Co-supervisor: Dr. D. Tigelaar.
  • Petit, Régina (2019 -2023). Proficiency development in Dutch language and mathematics of underage immigrants and refugees in the Netherlands. Supervisor: Prof. dr. W.F. Admiraal. Co-supervisor: E. van Schooten.
  • Tran, Trân T.Q. (2018). Cultural differences in Vietnam: Differences in work-related values between Western and Vietnamese culture and cultural awareness at higher education. Supervisor: Prof. dr. W.F. Admiraal. Co-supervisor: Prof. dr. N. Saab.

Wetenschappelijke publicaties

Contactpersoon voor deze bouwsteen
Nadira Saab